Primair energieverbruik


Energie en welvaart

Het blad Energiebronnen geeft aan welke energiebronnen op aarde aanwezig zijn en hoeveel en uit welke primaire energiebronnen de mensheid zijn energie onttrekt. De huidige welvaart van ontwikkelde landen is gebaseerd op energie. Zonder energie en zonder technologie, die door energie wordt aangedreven, zijn meer mensen nodig om de nodige voedingsmiddelen te telen en om de producten te fabriceren die het leven veraangenamen.

Technologische vindingen, die voor hun werking energie nodig hebben, hebben het mogelijk gemaakt met relatief weinig mensen in de voedselbehoefte te voorzien. Met uitsluitend het gebruik van spierkracht zijn de opbrengsten van landbouw laag en zijn de kosten van voeding relatief hoog. Met gebruik van louter spierkracht zou een groot deel van de landbouw nodig zijn voor de voeding van paarden, ezels en ossen, die de spierkracht moeten leveren. De mest hiervan zou voor een deel weer gebruikt kunnen worden als brandstof, maar dat zou niet voldoende zijn. Daarnaast heeft energie het ook mogelijk gemaakt om de apparaten, die dagelijks worden gebruikt, goedkoop, in massa en met weinig mensen te produceren. Door allerlei apparaten vraagt het huishoudelijke werk minder tijd dan vroeger. De snelle communicatiemiddelen, waardoor bijna iedereen nu overal bereikt kan worden, zouden zonder energie niet bestaan. De ruim beschikbare energie heeft ook tot onze behoefte aan mobiliteit geleid. In de huidige tijd kunnen dankzij goedkope energie, mensen en goederen gemakkelijk over grote afstanden worden vervoerd. Verder kan met energie de woning op een aangename temperatuur worden gehouden. Samengevat, energie is een middel om in een bepaalde behoefte te voorzien, ofwel, energie is nodig om een bepaalde energiedienst te leveren. Dit heeft geleid tot een toename van het energieverbruik, maar ook tot een toename van de welvaart.

Het grootste deel van het huidige energieverbruik komt nu nog uit fossiele energiebronnen. In 2024 werd wereldwijd 636 EJ (1018 J) verbruikt, waarvan 513 EJ uit fossiele en 94 EJ uit hernieuwbare bronnen. De verhoudingen tussen de verschillende energiebronnen verschuiven langzaam. De onderstaande figuur laat dat zien, voor de jaren 2000, 2010, 2020 en 2024; voor Nederland, Europa (Europese Unie van 27 landen) en de wereld [Our World in Data].

Grafiek van het energieverbruik in Nederland, Europa en wereldwijd verdeeld naar hernieuwbare, niet fossiele en fossiele energie van 2000 tot en met 2024

Het bruine deel geeft het aandeel in het primaire energieverbruik van fossiele bronnen zoals als aardolie, aardgas en steenkool. Het paarse gedeelte is voornamelijk kernenergie, voor Nederland bevat dat ook afval en import van elektriciteit. Het groene deel is hernieuwbare energie. In bovenstaande figuur is te zien dat het aandeel hernieuwbare energie in het energieverbruik toeneemt onder invloed van de wereldwijde maatregelen om de schadelijke gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. In 2024 was het aandeel hernieuwbare energie weer verder toegenomen. In 2000 was Nederland nog sterk afhankelijk van fossiele energie, meer dan gemiddeld in Europa. Ook wereldwijd gezien was de afhankelijkheid van Nederland van fossiele brandstoffen relatief hoog. Dat was ook niet zo verwonderlijk gezien de Nederlandse aardgasvoorraden. Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland is de laatste vier jaar echter sterk gestegen van 9 naar 15%. Dit is een grote stijging vergeleken met de stijging in EU27 (van 16 naar 18%) en de wereldwijd (van 11 naar 13%). Het belang van fossiele brandstoffen in Nederland wordt minder [World in Data].


Primair energieverbruik in Nederland

De primaire energie die in Nederland uiteindelijk wordt verbruikt, wordt in eigen land gewonnen of wordt ingevoerd. Een deel van de ingevoerde energie wordt ook weer uitgevoerd al of niet na bewerking tot een andere energiedrager. In het onderstaande stroomdiagram is voor 2024 aangegeven welke energie in Nederland wordt in- en uitgevoerd, welke energie wordt gewonnen en hoeveel energie uiteindelijk wordt verbruikt [CBS Statline].

Energiebalans in Nederland in 2024

Uit de verhouding in figuur, tussen het Eindverbruik en Invoer/Uitvoer, is te zien dat er in Nederland meer dan viermaal zoveel energie omgaat, dan dat er uiteindelijk wordt verbruikt. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van de aardolie die omgezet wordt in het Pernis-Botlek-Europoort-gebied bij Rotterdam, met zijn vele olieraffinaderijen en chemische bedrijven. Nederland beschikt nog over een eigen kolenvoorraad. Echter sinds de laatste kolenmijn, de Oranje Nassau I, in 1974 werd gesloten, wordt in Nederland geen steenkool meer gewonnen. Alle steenkool wordt ingevoerd. Van de ingevoerde steenkool wordt het grootste deel in Nederland gebruikt, een heel klein deel wordt uitgevoerd. Het aandeel steenkool in het primair energieverbruik is laag en wordt nog kleiner doordat, onder invloed van het streven om de CO2-emissies omlaag te brengen, langzaam maar zeker alle kolencentrales worden gesloten. In Nederland wordt een kleine hoeveelheid aardolie gewonnen, het grootste deel van de aardolie wordt echter ingevoerd. In de figuur is te zien dat een groot deel van de olie, na omzetting, ook weer wordt uitgevoerd. In Nederland wordt wel een grote hoeveelheid aardgas gewonnen, voornamelijk in de provincie Groningen en op het continentaal plat in de Noordzee. Een deel van het aardgas dat Nederland verbruikt wordt ingevoerd. Er wordt ook een grote hoeveelheid hernieuwbare energie gewonnen, grotendeels in de vorm van wind- en zonne-energie. De categorie 'Overig' bij 'Invoer', 'Winning' en 'Uitvoer' zijn de overige energiedragers waaronder kernenergie, niet biogeen afval en dergelijke. Het totale primaire energieaanbod is het totaal van winning plus invoer minus de uitvoer. Het totale energieaanbod is voor het grootste deel ook de primaire energie die in Nederland wordt verbruikt. Een klein verschil tussen het aanbod en het verbruik wordt veroorzaakt door bunkering, voorraadmutatie en statistische verschillen [CBS Statline].

In het blok 'Omzetting' wordt de energie geschikt gemaakt voor het doel waarvoor het uiteindelijk wordt gebruikt. Ruwe aardolie wordt bijvoorbeeld omgezet in benzine, diesel, kerosine en stookolie voor het vervoer over de weg, het water en door de lucht. Een groot deel van deze producten worden weer uitgevoerd, maar worden in het diagram gerangschikt onder de term 'Aardolie'. 'Aardgas', 'Hernieuwbaar' en een deel van 'Overig' worden, in het blok 'Omzetting', onder andere gebruikt om elektriciteit en warmte op te wekken. Onder 'Eindverbruik' tenslotte wordt het uiteindelijke finale energieverbruik in Nederland gegeven. Het grijze deel 'Overig' bevat hier de elektriciteit en de warmte die uit de nucleaire, fossiele en hernieuwbare bronnen is geproduceerd.


Primair energieverbruik in een aantal landen

Elk land heeft zijn eigen mix aan energiebronnen die de energie leveren voor de verschillende energiediensten. In elk land kan energie worden gewonnen uit lokale bronnen of de energie kan worden ingevoerd vanuit het buitenland. De energiemix is onder andere afhankelijk van het welvaartsniveau en van de lokaal beschikbare energiebronnen. Onderstaande figuur geeft het primaire energieverbruik voor alle energiediensten, ofwel welke energiebronnen worden door verschillende landen wereldwijd gebruikt om in menselijke behoeften te voorzien. De figuur hieronder geeft de top 32 landen met het grootste primaire energieverbruik in 2024 [World in Data].

Grafiek van het energieverbruik in de top 32 landen in 2024 per soort energie

In de figuur is te zien dat China de meeste energie gebruikt, gevolgd door de Verenigde Staten en India [World in Data].

Alle landen hebben een verschillende energiemix die hoofdzakelijk bepaald wordt door de energiebronnen die lokaal aanwezig zijn. Onderstaande figuur geeft de energiemix van de top 32 landen met het grootste energieverbruik.

Grafiek van het energiemix in de top 30 landen in 2024 per soort energie

In de figuur is te zien dat China, India en Zuid Afrika veel kolen gebruiken omdat ze daar grote voorraden van hebben. Onder andere Saudi Arabië en de Verenigde Emiraten hebben grote olievoorraden en gebruiken daarom veel olie. Frankrijk gebruikt veel kernenergie omdat ze geen eigen voorraden fossiele brandstoffen hebben. Brazilië gebruikt veel hernieuwbare energie in de vorm van waterkracht en biomassa (suikerriet).

Dat China de grootste energieverbruiker is ligt voor de hand, het land heeft ook de grootste bevolking. Een ander beeld ontstaat wanneer het jaarlijkse energieverbruik per hoofd van de bevolking wordt gegeven, zoals in onderstaande figuur is gedaan [World in Data].

Grafiek van het energieverbruik in verschillende landen rond 2024 per hoofd van de bevolking per soort energie

Qatar heeft het grootste energieverbruik per hoofd van de bevolking, gevolgd door Singapore en IJsland. Een groot verschil tussen deze landen is dat IJsland het grootste deel van zijn energie haalt uit hernieuwbare bronnen, terwijl voor de voor de meeste andere landen, behalve Noorwegen en Zweden, de energievoorziening op fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas) is gebaseerd. In IJsland wordt vooral geothermische energie ingezet die daar lokaal beschikbaar is. Het aandeel fossiele energie ligt iets boven de 100 GJ en bestaat voornamelijk uit aardolie, grotendeels bestemd voor transport en vervoer. Voor wat betreft de Europese landen hebben alleen Noorwegen en een mindere mate Zweden een groot aandeel hernieuwbare energie, vooral in de vorm van waterkracht. In Frankrijk, Zweden en Finland heeft kernenergie een groot aandeel in de energievoorziening [World in Data].

China komt niet in bovenstaande figuur niet voor, het energieverbruik per hoofd van de bevolking van China (123 GJ/hfd) ligt lager dan van de meeste westerse landen. Onderstaande figuur geeft het energieverbruik per hoofd van de bevolking voor een aantal landen met grote bevolkingen, waaronder China en India, aangevuld met het energieverbruik per hoofd in de Europese Unie (EU27) en de wereld in totaal.

Grafiek van het energieverbruik in verschillende landen rond 2024 per hoofd van de bevolking per soort energie

Voor een groot aantal West-Europese landen ligt het energieverbruik per inwoner tussen de 100 en 200 GJ in het jaar 2024. Voor de Europese Unie van 27 landen (EU27) is dat 127 GJ/hfd. Het energieverbruik zegt iets over de welvaart in een land. Op deze basis kan gezegd worden dat de landen links in de figuur allemaal zeer welvarend zijn. Landen rechts in de figuur, zoals Egypte, India, en Filippijnen, hebben een lager welvaartsniveau met een bijhorend lager energieverbruik per inwoner. In 2008 hoorde China met 58 GJ ook tot die groep maar daar is het energieverbruik inmiddels gestegen tot 123 GJ, iets onder het gemiddelde verbruik van de EU27. Het gemiddelde jaarlijkse energieverbruik van de hele wereldbevolking ligt in 2024 op 78 GJ per hoofd van de bevolking. De gebruikte energie is grotendeels fossiele energie.

Het bruto nationaal product (bnp) is de waarde van alle goederen en diensten die door een land in een jaar worden geproduceerd. Voor deze productie is energie nodig. Het energieverbruik per bnp geeft aan hoe efficiënt met de energie worden omgesprongen bij de productie van de goederen en de diensten. Onderstaande figuur geeft de top 22 landen die het meeste energie gebruiken voor hun bnp, aangevuld met een aantal andere landen die het wat dat betreft beter doen.

Grafiek van het energieverbruik in verschillende landen rond 2024 per bnp per soort energie

Landen met eigen voorraden fossiele energie, zoals Venezuela, Trinidad en Tobago en Turkmenistan gaan kennelijk erg kwistig met hun energie om. Dit geldt ook voor IJsland, maar dit land verbruikt voornamelijk hernieuwbare energie. Westerse landen verbruiken rond de 4 MJ per dollar bnp. In deze landen is de dienstverlening ook belangrijk voor de economie; dienstverlening verbruikt relatief minder energie dan de productie van goederen.

Het bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking is ook een maat voor de welvaart van een land. Over het algemeen neemt het energieverbruik toe bij toenemende welvaart. In onderstaande figuur wordt het jaarlijkse energieverbruik per hoofd uitgezet (GJ/hfd) tegen het bnp in dollar per hoofd van de bevolking ($/hfd). De grootte van de bol is een maat voor de grootte van de bevolking [World in Data].

Grafiek van het energieverbruik in verschillende landen rond 2022/2024 per hoofd van de bevolking tegen het bnp per hoofd

Uit de figuur blijkt dat over het algemeen, met toenemende welvaart, het energieverbruik toeneemt. In de figuur wordt een trendlijn weergegeven, de gemiddelde verband tussen het bnp in dollar per hoofd van de bevolking ($/hfd) en het energieverbruik per hoofd (GJ/hfd), waarin alle landen van de wereld zijn meegenomen. Landen als IJsland, Singapore en Trinidad en Tobago verbruiken relatief meer energie in verhouding met hun welvaartsniveau, terwijl landen als Zwitserland en Ierland relatief weinig energie verbruiken in relatie met hun welvaart. IJsland verbruikt weliswaar veel energie per inwoner, maar dit is grotendeels hernieuwbare energie en draagt niet bij aan de opwarming van de aarde.


Ontwikkeling van het wereldwijde energieverbruik

In 2024 werd wereldwijd in totaal 636 EJ (EJ = Exa Joule = 1018 Joule) aan energie verbruikt waarvan 513 EJ (81%) aan fossiele energie; 165 EJ steenkool (26%), 199 EJ aardolie (31%) en 149 EJ aardgas (23%). Er werd 94 EJ (15%) aan hernieuwbare energie verbruikt. Onderstaande figuur geeft de ontwikkeling in het energieverbruik van de laatste jaren vanaf 1990 voor de wereld in zijn geheel en voor de verschillende werelddelen.

Grafiek van het energieverbruik van de wereld en van de werelddelen van 1990 tot en met 2023

Op aarde leefden in 2023 ongeveer 8,1 miljard mensen. Met een totaal energieverbruik wereldwijd van 636 EJ is het gemiddelde energieverbruik per aardbewoner ongeveer 79 GJ per hoofd van de bevolking (79 miljard Joule) in 2023. Het energieverbruik van landen in Europa EU(27), 127 GJ/hfd, ligt hier duidelijk boven. Het verbruik in de Verenigde Staten, 277 GJ/hfd, is meer dan het dubbele van het verbruik in Europa en bijna vier maal zoveel als het gemiddelde verbruik per hoofd van de wereldbevolking. Veel landen hebben een verbruik wat ver boven de 200 GJ/hfd ligt. Deze landen maken maar een beperkt deel van de wereldbevolking uit. Dat betekent dat het grootste deel van de wereldbevolking een energieverbruik heeft wat onder de 79 GJ per aardbewoner ligt. Als de hele wereldbevolking jaarlijks 200 GJ energie per bewoner zou verbruiken dan zou de wereldconsumptie aan primaire energiebronnen boven de 1600 EJ liggen. Dat is bijna 2,5 maal zoveel als het huidige wereldverbruik!

In het historische energieverbruik is te zien dat het energieverbruik per inwoner in betrekkelijk korte tijd met een factor vijf kan stijgen door de toename van de welvaart. Verwacht wordt dat in 2030 de wereldenergievraag is toegenomen tot 700 EJ. Tweederde van deze toename komt uit landen die nu sterk in ontwikkeling zijn, vooral China en India. Ook de inwoners van deze landen willen naar het Westerse welvaartsniveau groeien. De industriële productie en het gebruik van auto's en huishoudelijke apparatuur zal daar sterk toenemen met als gevolg een grotere energievraag in die landen. In de bovenstaande figuur is te zien dat dit op dit moment gaande is door de sterkt stijgende energievraag in Azië. De in de tabel 'Voorraden energiebronnen' gegeven levensduur voor de verschillende fossiele bronnen is dus zeer waarschijnlijk aan de optimistische kant. Een en ander betekent dat de voorraden fossiele energie veel sneller op zullen raken dan in deze tabel is gegeven, tenzij de energieproductie uit hernieuwbare bronnen sterker stijgt dan verwacht. Bij een toenemende fossiel energievraag zullen de fossiele energievoorraden tegen een hogere prijs ter beschikking komen, omdat wordt overgegaan op winning van energiereserves die nu nog niet economisch of technologisch gewonnen kunnen worden. De energieprijzen van fossiele brandstoffen zullen dus in de naaste toekomst verder gaan stijgen; dit illustreert ook de noodzaak voor het ontwikkelen van hernieuwbare energiebronnen. Energie uit hernieuwbare bronnen is tegenwoordig goedkoper dan energie uit fossiel bronnen.

Volgens het akkoord op de klimaattop van Dubai moet het verbruik van fossiele brandstoffen in 2050 tot netto nul zijn teruggebracht. De verhoudingen tussen deze brandstoffen verschuiven langzaam, zie de eerste figuur op dit blad. Gas, dat bij verbranding minder uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt dan olie en kolen, wordt geleidelijk belangrijker. Verwacht wordt dat de komende jaren het wereldwijde verbruik van steenkool zal gaan dalen, mede door de opkomst van groene energie uit wind en zon. Dat het totaal verbruik van fossiele brandstoffen nog steeds groeit, is voor een groot deel toe te schrijven aan opkomende landen als China en India. In westerse landen is de trend sinds enkele jaren dalende.

Het verbruik van fossiele energie in de vorm van steenkool, aardolie en aardgas gaat gepaard met nadelige gevolgen voor het milieu door stof-, zwavel-, stikstofoxide- en koolstofdioxide-emissies (koolstofdioxide; CO2 of koolzuurgas). Vooral de uitstoot van kooldioxide kan op den duur ernstige gevolgen hebben voor de menselijke samenleving. Ook dit betekent dat het noodzakelijk is om hernieuwbare energiebronnen te ontwikkelen en deze in te zetten voor de energievoorziening. Er worden maatregelen genomen om de kooldioxide emissie te verlagen. Het resultaat daarvan is duidelijk in de eerste grafiek te herkennen. Het belang van fossiele brandstoffen wordt kleiner, er wordt meer en meer overgegaan op hernieuwbare bronnen. De vraag is of dit snel genoeg gaat om het afgesloten akkoord van de klimaattop van Dubai te halen. Volgens dit akkoord moet het verbruik van fossiele brandstoffen in 2050 tot netto nul zijn teruggebracht om de wereldwijde opwarming van de aarde tot een aanvaardbaar niveau te beperken.