Energie-eindverbruik
Energiediensten
De mensheid gebruikt energie om de economie te versterken en daarmee de welvaart te vergroten. Energie wordt verbruikt om in bepaalde menselijke behoeften te voorzien. Anders gezegd, energie is nodig om een bepaalde dienst te leveren, een energiedienst, bijvoorbeeld: een aangename leeftemperatuur, productie van goederen, mobiliteit, communicatie en amusement. De afhankelijkheid van energie wordt vooral veroorzaakt doordat energie tot nu toe relatief goedkoop is. Dit heeft geleid tot een sterke toename van het energieverbruik en tegelijkertijd tot een sterke toename van de welvaart.
Om aan de verschillende menselijke behoeften te voldoen wordt primaire energie, uit verschillende energiebronnen, omgezet in een geschikte energievorm voor het leveren van een energiedienst. Een belangrijke energievorm is elektriciteit. Elektriciteit wordt gegenereerd in elektrische centrales door fossiele brandstoffen te verbranden, elektriciteit wordt ook opgewekt uit hernieuwbare bronnen met bijvoorbeeld windturbines en zonnepanelen. Elektriciteit is onmisbaar voor internet, communicatie en amusement. Radio's, televisies, telefoons, tablets en computers werken niet zonder elektriciteit. De elektriciteit wordt ook gebruikt voor industriële processen, voor massatransport met (goederen)treinen en trams en voor huishoudelijk gebruik.
Een andere belangrijke energiebron op dit moment is aardolie voor transport. Mensen willen zich snel verplaatsen, bijvoorbeeld met een personenauto die onder andere op benzine of diesel rijdt. Ruwe aardolie wordt, om dienst te doen voor transport, via raffinage omgezet in brandstoffen als benzine, dieselolie en kerosine voor transport met auto's, vrachtwagens en vliegtuigen. In de motor van de personenauto bijvoorbeeld, wordt de benzine of de diesel omgezet in mechanische energie die de auto voortbeweegt. Mensen verblijven graag bij een aangename temperatuur in hun huis. Voor het verwarmen van een woning met een cv-installatie wordt energie aangevoerd in de vorm van aardgas. Het gas wordt in een cv-ketel verbrand en gebruikt om water te verwarmen. Wordt de woning verwarmd met een elektrische warmtepomp dan worden aardgas, aardolie of steenkool in een elektrische centrale omgezet in elektriciteit of er wordt gebruik gemaakt van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Met de elektriciteit wordt een warmtepomp aangedreven. De warmtepomp verwarmt het water. Het verkregen warme water wordt gebruikt om de woning via radiatoren of vloerverwarming op temperatuur te houden.
Voor de energievorm die uiteindelijk voor het leveren van de energiedienst wordt gebruikt, wordt vaak de term eindenergie of finaal energieverbruik gebruikt. Om een woning warm te houden is eindenergie in de vorm van warme lucht nodig, voor stofzuigen is dat de kinetische energie van de luchtstroom, voor communicatie is dat geluid of licht. Het eindenergieverbruik, of het finale energieverbruik, dat in de landelijke statistieken voorkomt (CBS; finaal energieverbruik) is de energievorm waarvoor wordt betaald. Deze energievorm wordt goed gemeten en wordt daarom in de energiestatistieken gebruikt. De energievorm, waarvoor wordt betaald, wordt direct voor de energiedienst ingezet of wordt eerst omgezet in een andere energievorm. Bijvoorbeeld voor het verwarmen van een woning is de energievorm waarvoor wordt betaald meestal gas, maar het kan ook warm water zijn van een stadsverwarming of elektriciteit voor een warmtepomp. Voor stofzuigen is de energievorm waarvoor wordt betaald elektriciteit. Voor warm water worden zowel elektriciteit (elektrische boiler), als gas (gasgeiser), als zonlicht (zonnecollectoren) gebruikt. In al deze voorbeelden wordt in de woning, met de juiste apparatuur, de aangeleverde energie omgezet in een geschikte vorm voor de energiedienst.
Energievoorziening in Nederland
Onderstaande figuur geeft een schematisch beeld van de Nederlandse energievoorziening voor het jaar 2024 [CBS Statline]. Voor de energievoorziening in andere landen geldt hetzelfde beeld, alleen de getallen verschillen.
De energie die Nederland verbruikt wordt, wordt aangevoerd of gewonnen. De aanvoer bevat de energie die in Nederland wordt geïmporteerd en de energie die wordt gekocht en ontvangen. In 2024 werd er in totaal 17934 PJ aan energie aangevoerd, voornamelijk in de vorm van aardolie (12.2029 PJ) en aardgas (3.984 PJ). Er werd in Nederland 844 PJ energie gewonnen uit verschillende bronnen; de voornaamste bronnen waren hernieuwbare energie (428 PJ) en aardgas (300 PJ). De winning van hernieuwbare energie is inmiddels groter dan die van aardgas. De gewonnen en aangevoerde energie wordt voor een deel afgeleverd, voor een deel omgezet in andere energiedragers en voor een deel verbruikt door de energieafnemers. In totaal werd 16.288 PJ aan energie afgeleverd. Er werden ook voorraden aangelegd en er zijn statistische verschillen, deze zijn niet in de figuur opgenomen. Het verschil tussen winning, aanvoer en aflevering is het primaire energieverbruik van Nederland in 2024 van in totaal 2618 PJ [CBS Statline].
Een deel van de primaire energiedragers die in Nederland worden verbruikt, worden omgezet in andere energiedragers. Een belangrijke omzetting is het gebruik van vooral aardgas (in elektrische centrales; 209 PJ) en hernieuwbare energie (windmolens, zonnepanelen, zonnecollectoren; 166 PJ) voor de productie van elektriciteit en warmte. Een kleine hoeveelheid steenkool (83 PJ) en aardolie (10 PJ) worden hier ook voor gebruikt. Daarnaast zijn er andere omzettingen, bijvoorbeeld; in raffinaderijen, van aardolie naar benzine, diesel, LPG en kerosine; in de staalindustrie van steenkool naar cokes, gas of steenkoolbriketten. Al deze omzettingen gaan gepaard met verliezen, zoals uit de figuur blijkt uit het verschil tussen inzet en productie. Een ander deel van de energie wordt voor eigen gebruik van de omzettingsbedrijven ingezet of gaat verloren tijdens transport van energie. Deze energiestromen zijn niet in de figuur aangegeven. Een deel van de omgezette energie wordt afgeleverd, daardoor is de ingezette hoeveelheid energie voor omzetting groter dan het primaire energieverbruik en zijn de pijlen in het schema daardoor ook naar links gericht. Een ander deel van de omgezette energie wordt, samen met de energie uit aanvoer, winning in Nederland verbruikt voor de verschillende energiediensten bij de energieafnemers. Dit is het zogenaamde finale energieverbruik of het eindenergieverbruik. Een deel van deze energie wordt voor niet-energetische doeleinden gebruik, bijvoorbeeld aardolie als grondstof voor kunststoffen en aardgas als grondstof voor kunstmest. Het andere deel wordt door de verschillende sectoren in Nederland verbruikt voor hun energiediensten. In de figuur zijn de afnemers verdeeld in vijf sectoren, de industrie (ijzer en staal, chemie, voedingsmiddelen, textiel en dergelijke), het vervoer (weg- en railverkeer, binnenlandse scheepvaart en luchtverkeer, e.d.), de woningen ofwel huishoudens, de agrarische sector (land- en tuinbouw, veeteelt, visserij en bosbouw) en overige afnemers. De overige afnemers zijn bijvoorbeeld de handel, dienstverlening, afvalverwerkingsbedrijven, horeca en dergelijke [CBS Statline].
Eindenergieverbruik in Nederland
Het energie-eindverbruik wordt onderscheiden in niet-energetisch en energetisch eindverbruik.
Niet-energetisch energieverbruik. In onderstaande figuur wordt geïllustreerd welke brandstof, door welke sectoren, niet-energetisch wordt verbruikt. Gegeven wordt het niet-energetische eindenergieverbruik voor het jaar 2024.
In 2024 wordt in totaal 458 PJ aan fossiele energie niet-energetisch verbruikt, voornamelijk door de industrie (465 PJ). Een klein deel wordt gebruikt in de transportsector (3 PJ) en bij overige afnemers (3 PJ). De overige sectoren hebben nauwelijks niet-energetisch energieverbruik. In de industrie gebruiken vooral de kunstmest-, chemische en de ijzer- en staalindustrie een behoorlijk percentage energie niet-energetisch. In de kunstmestindustrie wordt een groot deel van het aardgas gebruikt als grondstof om ammoniak te maken, voor de productie van kunstmest. In de organische basischemie (petrochemie en aardgaschemie) is een groot deel van het aardolieverbruik bestemd voor niet-energetische toepassingen om basisgrondstoffen voor wasmiddelen, oplosmiddelen, kleurstoffen, kunststoffen, rubber, smeerolie en vetten te produceren. Vooral nafta, etheen, propeen, butadien en benzeen worden als basisgrondstof uit aardolie gemaakt. Ook aardgas wordt in de organische basischemie niet-energetisch gebruikt voor de productie van vooral van methanol. Een groot deel van de steenkool wordt in de ijzer- en staalindustrie niet-energetisch gebruikt in de vorm van steenkoolcokes bij de reductie van ijzererts tot ijzer [CBS Statline].
Energetisch energieverbruik. In onderstaande figuur wordt geïllustreerd welke brandstof, door welke sectoren, energetisch wordt verbruikt. Gegeven wordt het energetische eindenergieverbruik voor de jaren 2000, 2010, 2020 en 2024.
In alle sectoren neemt het energieverbruik de laatste jaren af, onder invloed van de maatregelen om de CO2-uitstoot te beperken. Het totale aandeel hernieuwbare energie is in de figuur niet duidelijk in te herkennen omdat een deel van de elektriciteit en de warmte uit hernieuwbare bronnen komt. De industrie verbruikt de meeste energie. Wordt het niet-energetische deel ook meegerekend dan verbruikt de industrie ongeveer twee maal zoveel energie als de andere sectoren. De grafiek laat zien dat in de industrie vooral fossiele energie, elektriciteit en warmte wordt gebruikt voor de productie van de verschillende goederen. Het zal niet verbazen dat voor transport, aardolie de belangrijkste energiebron is. De aardolie wordt verbruikt in de vorm van benzine, dieselolie, stookolie, kerosine en LPG. Alhoewel nauwelijks zichtbaar in de grafiek wordt er ook een kleine hoeveelheid elektriciteit voor transport verbruikt. Dit is vooral het elektriciteitsverbruik voor vervoer via spoor- en tramwegen. Dat dit elektriciteitsverbruik relatief gering is, terwijl vervoer per spoor toch een aanzienlijk deel van het vervoer voor zijn rekening neemt, geeft aan dat de energie-efficiëntie van het openbaar vervoer groter is dan van het wegvervoer. In huishoudens worden voornamelijk aardgas en elektriciteit gebruikt. Aardgas voor verwarmen, warm water en koken, elektriciteit voor verlichting, koelen, diepvriezen, stofzuigen, het laden van elektrische auto's en dergelijke. Een klein deel van de huishoudens gebruikt ook warmte afkomstig van stadsverwarming voor het verwarmen van woningen. Daarnaast gebruiken huishoudens hernieuwbare energie voornamelijk in de vorm van biomassa en omgevingsenergie. Biomassa in de vorm van hout en omgevingsenergie via warmtepompen worden gebruikt voor verwarming. De agrarische sector omvat de land- en tuinbouw, de veeteelt, de visserij en de bosbouw. Het gasverbruik in deze sector neemt af, vooral in de tuinbouw omdat kassen in toenemende mate onder andere worden verwarmd door geothermische energie. De overige afnemers (handel, dienstverlening, afvalverwerkingsbedrijven, horeca en dergelijke) verbruiken voornamelijk aardgas en elektriciteit [CBS Statline].
In 2024 werd door huishoudens 196 PJ aan aardgas verbruikt. Het grootste deel daarvan wordt gebruikt voor het verwarmen van de woningen. De laatste jaren neemt dit verbruik van aardgas af door betere isolatie van woningen en door de inzet hoogrendementsketels en elektrische warmtepompen. Was het totale verbruik in 2000 nog 365 PJ, in 2024 was dat gedaald tot 196 PJ. Per hoofd van de bevolking was de daling nog groter, van 709 naar 345 m3 aardgas per hoofd van de bevolking. Het verbruik aan aardgas neemt af, het verbruik aan elektriciteit per hoofd van de bevolking blijft daarentegen ongeveer hetzelfde en ligt rond 1200 tot 1300 kWh per hoofd per jaar. Elektriciteit wordt voornamelijk toegepast voor verschillende energiediensten in woningen; reiniging, koeling, verlichting, verwarming en warm water en elektronica. Door de toenemende temperaturen in de zomer worden er steeds meer airconditioners gebruikt om woningen te koelen in de zomer. Waren er in 2016 ongeveer 63 duizend airco's in gebruik, in 2026 was dat aantal toegenomen tot 1,7 miljoen. Meer en meer Nederlanders gebruiken die in de wintermaanden ook om het huis te verwarmen. Bijna een derde van de bezitters van een vaste airco gebruikt deze als hoofdverwarming, de druk op het stroomnet wordt daardoor verhoogd. Aan de ene kant neemt het verbruik van elektriciteit af door besparing (bijvoorbeeld led-lampen) aan de andere kant neemt het verbruik toe door het verbruik voor koeling en verwarming via airco's en warmtepompen en voor het laden van elektrische auto's [CBS Statline].
Eindenergieverbruik in Europa
Elk land heeft ook zijn eigen mix aan energiedragers die uiteindelijk worden verbruikt voor de verschillende energiediensten. De energiemix is onder andere afhankelijk van de lokaal beschikbare energiebronnen. Onderstaande figuur geeft het eindenergieverbruik van een aantal Europese landen in 2020 [Eurostat].
Het energieverbruik is sterk afhankelijk van de grootte van de bevolking en de mate van welvaart. De afnemers in Nederland verbruiken uiteindelijk rond de 1700 PJ aan energie. Voor een beter inzicht van het eindverbruik van de verschillende energiedragers, door de afnemers van energie, is in onderstaande grafiek de verdeling van de verschillende energiedrager in procent weergegeven.
Er zijn onderlinge verschillen tussen de verschillende landen in de energiedragers voor het eindverbruik. Polen en Turkije gebruiken veel steenkool omdat ze daar veel steenkool winnen. Nederland verbruikt veel aardgas vanwege de eigen gaswinning. In IJsland en Noorwegen wordt veel elektriciteit verbruikt, in IJsland afkomstig van geothermische energie, in Noorwegen afkomstig van waterkrachtcentrales.