Warmteopslag

Warmteopslag in gesmolten zouten

Warmte kan opgeslagen worden in zouten. Een dergelijk zout kan een mengsel zijn van natriumnitraat (NaNO3) en kaliumnitraat (KNO3). Natriumnitraat wordt ook wel chilisalpeter genoemd; kaliumnitraat staat ook bekend als salpeter. Het zoutmengsel smelt bij ongeveer 220 oC en wordt in vloeibare toestand in een koud-zout-reservoir opgeslagen bij ongeveer 290 oC. Bij een zonnecentrale bijvoorbeeld wordt, met het geconcentreerde zonlicht, het zout verwarmd tot ongeveer 565 oC en opgeslagen in een heet-zout-reservoir. Tijdens piekuren wordt het zout uit het hete reservoir gepompt. De warmte wordt gebruikt om stoom te produceren voor de stoomturbine waarmee elektriciteit wordt gegenereerd. Nadat het zout zijn energie heeft afgestaan wordt het weer opgeslagen in het koude reservoir. Op een tank van 9 meter hoog en 25 meter diameter, gevuld met heet zout, kan een 100 MW turbine 4 uur op vol vermogen draaien. Behalve tijdens piekuren wordt de warmteopslag ook gebruikt om gedurende de nacht, of in tijden dat er weinig zonne-energie is, nog een tijd door te kunnen draaien op de opgeslagen energie.

Voorbeelden van warmteopslag in zouten

Warmteopslag in gesmolten zouten wordt onder andere gebruikt bij zonnecentrales in Spanje en de Verenigde Staten. Vermogens reiken van 50 tot en met 500 MW, de energie-inhoud van 100 tot 11.000 MWh. De Spaanse zonnecentrale Andasol Solar Power Station in Granada bijvoorbeeld heeft een vermogen van 135 MW en heeft een opslagsysteem op basis van gesmolten zout met een capaciteit van 1030 MWh. Met dit systeem kan meer dan 7 uur op vol vermogen worden gedraaid [Wikipedia] .