Leefgebieden vis

In alle zeeën rond Europa is de klimaatverandering merkbaar. In het noorden stijgt de temperatuur sneller dan in de rest van de wereld. Een gevolg is het afnemen van het Noordpoolijs. Het heeft ook gevolgen voor de visstand in de noordelijke wateren. Vissoorten als kabeljauw, koolvis, haring en heilbot trekken verder naar het noorden [IPCC].

De verwachting is dat van veel soorten vis in zeeën en oceanen het lichaamsgewicht zal afnemen. De afname kan 20% tot 25% bedragen. Dit is een gevolg van de hogere zeewatertemperatuur die leidt tot een lager zuurstofgehalte in het water. Dit beïnvloed de stofwisseling en daardoor de maximale groei van vissen. Vooral de Atlantische kabeljauw en de schelvis nemen nu al sterk in gewicht af. De gewichtsafname kan grote gevolgen hebben voor de mariene ecosystemen en de wereldwijde visserij; de hoeveelheid vis in oceanen en zeeën neemt af [Volkskrant].

Als de opwarming van de aarde beperkt blijf tot 1,5 graad dan zal de wereldvisserij naar verwachting 1,5 miljoen ton minder opbrengen; bij een stijging van 2 graden zal de vermindering 3 miljoen ton zijn [Volkskrant], [IPCC].