Beschikbaarheid kalk in oceanen

Door de stijgende CO2-emissies worden de oceanen minder alkalisch ofwel zuurder. Het belangrijkste effect is dat daardoor minder kalk in het zeewater beschikbaar is. Dit heeft gevolgen voor schaalvormende organismen zoals koralen, plankton en schelpdieren. Plankton heeft kalk nodig voor het skelet. Schelpdieren, als zeeslakken, mossels en oesters, hebben kalk nodig voor de opbouw van hun schelp. Voor de opbouw van een koraalskelet is ook kalk nodig. De afname van kalk als gevolg van verzuring van het water heeft daardoor gevolgen voor het zeeleven [IPCC].

Overal ter wereld worden koraalriffen bedreigd door overbevissing, vervuiling, verzuring en door het opwarmen van het zeewater. De langdurige blootstelling van het koraalrif aan hoge zeewatertemperaturen kan leiden tot verbleking en uiteindelijk tot het afsterven van het koraal. Bij een hogere watertemperatuur stoot het koraal de algen af die het koraal zijn kleur geven. De algen voorzien het koraal ook van voedingsstoffen. Door het afstoten van de algen verbleekt het koraal. De koraaldiertjes kunnen een aantal maanden zonder algen overleven. Als het water afkoelt kan het koraal weer van deze verbleking herstellen. Als het water niet afkoelt leidt dat op den duur tot afsterven van een groot deel van het leven op het koraal en blijft een wit kalkskelet achter [IPCC]. Geconstateerd werd dat in 2017 95% van het noordelijk deel van het Groot Barrièrerif bij Australië was verbleekt. In 2020 werden alle secties (noordelijk, centraal en zuidelijk deel) van het Groot Barrièrerif aangetast. Het duurt normaal gesproken tien jaar voordat het koraal zich hersteld heeft van deze verbleking, als het water tenminste weer afkoelt. Er wordt naar manieren gezocht om koraalriffen te beschermen tegen de stijgende watertemperaturen, onder andere door koralen te kweken die beter bestand zijn tegen hogere temperaturen [Volkskrant].