Veerkracht ecosystemen in de natuur

Aantasting ecosystemen

Op basis van de uitkomsten van klimaatmodellen wordt verwacht dat de veerkracht van veel ecosystemen sterk op de proef zal worden gesteld door de gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van hitte, droogte, overstromingen, bosbranden en verzuring van oceanen. Een en ander komt bovenop de aantasting van de natuur als gevolg van intensieve landbouw, kappen van bossen en vervuiling. Maar liefst de helft van de wetenschappelijk onderzochte soorten is bezig zich te verplaatsen naar de polen of de bergen op, naar hogere gebieden. Verwacht wordt dat bij een maximale opwarming van 1,5 graad, 3 tot 15% van de soorten verdwijnen. Bij een opwarming van 2 graden wordt dat 3 tot 18% en bij 3 graden zelfs 3 tot 29% van de dieren- en plantensoorten. Het verlies aan soorten kan plaatselijk ook gevolgen hebben voor de bevolking die afhankelijk is van de natuur voor hun levensomstandigheden [IPCC], [Volkskrant].

Gevolgen van hittegolven

De aanhoudende extreme hitte aan de westkust van Noord-Amerika in 2021 heeft talloze zeedieren het leven gekost. Een geur van verrotting hing op de stranden door alle dode mosselen, zeesterren, zeepokken en andere waterdieren. Miljarden van deze dieren hebben de hitte niet overleefd. Er is ook een risico dat jonge zalmen in de rivieren aan de westkant van Amerika de hittegolf niet overleven. De zeeleven in ondiep water is het gevoeligst voor een hittegolf omdat daar het water sneller opwarmt. Hittegolven leidden vaak tot grote bosbranden. Veel dieren komen om deze branden. Brand heeft ook heilzame effecten en leidt tot verjonging van de vegetatie. De as die op zee waait maakt het water voedselrijker. Maar de grote natuur branden zijn voornamelijk verwoestend; dieren verbranden of stikken in de rook. Er ontstaan ook voedseltekorten waardoor dieren naar andere gebieden vertrekken waar al soortgenoten zitten. Dit leidt tot felle gevechten om het territorium. Bijvoorbeeld de veelvraat, een grote donkerbruine marterachtige, heeft door hevige branden in Canada veel leefruimte moeten opgeven. Op vlucht naar nieuwe territoria bevechten de veelvraten elkaar op leven en dood [Volkskrant].

Verandering van ecosystemen

In Noord- en Zuid-Amerika zijn populaties van padden en kikkers sterk achteruitgegaan of verdwenen als gevolg van perioden van droogte. In andere gevallen zijn kikkersoorten verdwenen omdat de hogere temperaturen ideaal waren voor een bepaald soort zwam, die een nadelige invloed had op de voortplanting van kikkers. Samenhangende ecosystemen worden bioklimatische gordels ofwel biomen genoemd. Bekende biomen zijn grote bosgebieden, graslanden (savannes), woestijnen en toendra's. Het blijkt dat de grenzen van deze systemen als gevolg van het broeikasgaseffect verschuiven. De toendragebieden nemen bijvoorbeeld af en subtropische woestijnen trekken richting polen. In Amerika zijn grote gebieden met dennen en sparren aangetast door respectievelijk de dennenkever en de schorskever. Veel kevers overleven nu de warme winters. Het smelten van permafrost heeft ook gevolgen voor de bomen die daar groeien. Door het ontdooien raken de bomen hun houvast kwijt en gaan daardoor schuin tegen elkaar hangen of vallen om [IPCC], [Volkskrant].

Verandering van de vorm van dieren

Onderzoekers hebben vastgesteld dat sommige dieren van vorm veranderen als gevolg van de hogere temperaturen door klimaatverandering. Het gaat vooral om vogels en kleine zoogdieren; van parkieten tot konijnen. Muizen krijgen langere staarten, konijnen forsere oren en vogels grotere snavels. Deze veranderingen vinden plaats om de warmte beter af te kunnen voeren. Dat toont het aanpassingsvermogen van dieren aan, maar geeft ook een waarschuwing dat ze onder druk staan [Volkskrant].

Wegtrekken van diersoorten naar andere plaatsen

In Alaska is de eland, door de dunnere laag sneeuw als gevolg van hogere temperaturen, honderden kilometers naar het noorden weggetrokken. In het noorden van Rusland is de grootste rendierkudde ter wereld met 40% afgenomen, tot 600.000 dieren, deels door klimaatverandering. Door de hogere temperaturen trekken ze verder naar het noorden, moeten bredere rivieren oversteken omdat er meer water in staat en hebben ze meer moeite met het bereiken van voedsel omdat er een ijslaag op ligt van bevroren regen. Als gevolg daarvan overlijden er meer dieren dan normaal, met een afname van de kudde tot gevolg. Tropische vogels trekken vaker en massaler weg uit gebieden rond de evenaar naar meer noordelijker gelegen gebieden. Daar nemen ze in aantallen toe terwijl ze rond de evenaar in aantallen afnemen. Dat geldt vooral voor trekvogels. Een andere manier om aan hogere temperaturen te ontsnappen is hoger op een berg gaan leven. Op een plaats in het Andesgebergte zijn in 1985 16 vogelsoorten in kaart gebracht. In 2018 is dat onderzoek herhaald. De gemiddelde temperatuur was ter plaatse met 0,42 graden gestegen. Van de 16 soorten die in 1985 werden aangetroffen bleken er 8 soorten te zijn verdwenen. De onderzoekers veronderstellen dat deze vogels het slachtoffer zijn van klimaatverandering. Door de opwarming van het zeewater voelen pijlinktvissen, sepia's en octopussen, maar ook dorades en sardientjes, zich langzaamaan steeds meer thuis in noordelijke wateren. Noordzeevissen als kabeljauw en schelvis trekken geleidelijk weg, verder naar het noorden, naar kouder water. Ansjovis is de meest voorkomende en meest gevangen vis in de wateren van Peru. Onderzoekers waarschuwen dat deze vis kan verdwijnen als het zeewater verder opwarmt. Nu al zwemt er minder ansjovis in de Peruaanse wateren. Dit kan gevolgen hebben voor de voedselvoorziening ter plaatse [Volkskrant].

Rapport over biodiversiteit en ecosystemen

In een rapport van de Verenigde Naties, Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services, worden de gevolgen geschetst van menselijk handelen op de natuur. Naast de gevolgen van destructief landgebruik, overbevissing, vervuiling en invasieve soorten heeft de natuur ook lijden onder klimaatverandering. Tot een miljoen planten- en diersoorten dreigen in de komende tientallen jaren uit te sterven. Klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen. Sommige soorten kunnen zich hieraan aanpassen door naar gebieden met lagere temperaturen te verhuizen. Maar dat is niet mogelijk voor soorten die hoog in de bergen of rond de Noord- en de Zuidpool leven. Rond 99% van de koraalriffen zal een temperatuurstijging van meer dan 2 graden niet overleven [Verenigde Naties].