De ijskap van de Zuidpool

Afkalven van ijsplaten

In het Zuidpoolgebied neemt de gemiddelde temperatuur toe. De Zuidpool bevat 90 procent van alle ijs op aarde. De zee-ijsplaten aan de randen van de Zuidpool worden dunner en kalven ook sneller af, door het warmer wordend oceaanwater dat er onderdoor stroomt. Dit heeft onder andere gevolgen voor de keizerpinguïns die op deze platen nestelen. Een bijkomend gevolg kan zijn dat de gletsjers, die nu nog door de platen werden tegengehouden, sneller in zee gaan stromen. Als de temperatuurstijging op aarde onder de anderhalve graad Celsius blijft, dan blijft het ijs op het vaste land van de Zuidpool redelijk stabiel en blijft daar liggen. Als de hele Zuidpoolijskap zou smelten zou het zeewaterniveau met 55 meter stijgen [IPCC].

In 1995 brak de Larsen A ijsplaat, ongeveer 60 x 40 km groot, van het vaste land los. In 2002 gevolgd door de Larsen B ijsplaat, ongeveer 90 bij 70 km groot. Deze ijsplaten waren binnen 35 dagen volledig uiteengevallen door het warmer wordende zeewater. In 2015 en 2016 brak in totaal 580 vierkante kilometer af van de Pine Island-ijsplaat. In 2017 brak een groot stuk, ongeveer 130 x 55 km, ongeveer 18%, van de Larsen C plaat af. Tussen 1994 en 2017 is in totaal 7400 Gton (8066 km3) aan ijs, in ijsschollen en zee-ijs, verloren gegaan. In 2021 is geconstateerd dat een ijsplaat aan de voet van de Thwaites-gletsjer binnen vijf jaar in honderden stukken zou kunnen breken. De gletsjer is ongeveer zo groot als Groot-Brittannië [IPCC], [Volkskrant].

Verwachtingen voor de Zuidpool

De laatste tijd wordt duidelijk dat de omvang van de ijskap van Antarctica versneld afneemt, vooral door het kleiner worden van de ijsplaten die rondom de Zuidpool in zee drijven. Tot 2005 was het jaarlijkse verlies aan ijs gemiddeld 73 Gton (miljard ton), in 2015 is dat inmiddels toegenomen tot gemiddeld 219 Gton per jaar. Dat is niet zozeer het gevolg van een hogere luchttemperatuur maar het gevolg van veranderende zeestromen door klimaatverandering. Het warme zeewater tast de ijsplaten aan de rand van Antarctica aan, met verlies aan zee-ijs tot gevolg. Ook het smeltwater aan het oppervlak draagt, via scheuren in het ijs, bij aan de aantasting van het ijs. Op basis van radarmetingen met satellieten is verder vastgesteld dat in West-Antarctica zes enorme gletsjers komende eeuwen, door de zeespiegelstijging, zullen losraken van het vaste land en zullen smelten. Het verdwijnen van de ijsplaten heeft tot gevolg dat aansluitende gletsjers versneld in zee stromen met als resultaat een verder stijgende zeespiegel. Als gevolg van het afsmelten van de ijskap is de zeespiegel de afgelopen 25 jaar met 7,6 mm gestegen. Aanhoudend ijsverlies in de 21e eeuw is waarschijnlijk voor de Zuidpoolijskap. In het onwaarschijnlijke geval dat alle gletsjers in zee zouden verdwijnen, zou de zeespiegelstijging in 2100 in de buurt van de 2 meter kunnen komen [Volkskrant], [IPCC].