Bedekking met sneeuw en ijs

Door de hogere temperaturen neemt de sneeuwbedekking in bergachtige gebieden en in landen op de hogere breedtegraden af. Via satellieten is waargenomen dat de bedekking met sneeuw sinds 1960 met meer dan 10% is afgenomen. Het ijs van rivieren en meren is op het noordelijk halfrond in de loop van twintigste eeuw in het voorjaar twee weken eerder gesmolten. Afhankelijk van de broeikasgasemissies kan de sneeuwbedekking aan het eind van de 21e met gemiddeld 25% zijn afgenomen.

Sneeuw en ijs reflecteren het zonlicht. Als de sneeuw gesmolten is wordt het zonlicht niet meer gereflecteerd. De aarde warmt dan plaatselijk meer op waardoor de temperaturen op aarde sneller zullen gaan stijgen [IPCC].